De Week van het Nederlands zet de veelzijdigheid van de taal in de kijker en doet met twee ambassadeurs. die toveren met taal: Radna Fabias en Wannes Cappelle.

In 2019 werkten we voor de eerste keer met twee zorgvuldig gekozen ambassadeurs. De Vlaamse schrijver Ish Ait Hamou en de Nederlandse dichteres Ellen Deckwitz beten toen de spits af. Beiden waren openhartig over hun relatie met het Nederlands en de manier waarop ze zich verhouden tot taal in hun werk.

 

Dit jaar jaar voegen we een extra laag aan dat ambassadeurschap toe en vroegen we Radna Fabias en Wannes Cappelle om, geïnspireerd door hun liefde voor taal, samen iets nieuws te maken. Het resultaat hiervan stellen we in de aanloop naar de Week van het Nederlands aan jullie voor.

 

Wie zijn de 'ambassadeurs van het Nederlands'?

Radna Fabias is geboren en getogen op Curaçao. Ze studeerde af op de HKU in Utrecht en maakte haar debuut als dichter met de bundel Habitus, waar ze de C. Buddingh’ prijs, de Awater Poëzie prijs, de Herman de Coninck prijs en de Grote Poëzieprijs mee won. Ze werd door de Volkskrant uitgeroepen tot het literair talent van 2019. Fabias’ poëzie is vertaald in het Engels, Frans en Spaans. (Foto Radna Fabias © Bianca Sistermans)

 

West-Vlaams is de moedertaal van Wannes Cappelle, frontman en stuwende kracht van onder meer Het Zesde Metaal. Daarnaast schrijft Wannes Cappelle ook voor televisie (o.a. Bevergem) en publiceerde hij een aantal boeken voor volwassenen en kinderen, zoals Ontferm U (Lannoo, 2015) en Hoe je een vulkaan kunt blussen, Lannoo, 2017). Cappelle verstaat de kunst om in eenvoudige woorden de complexe werkelijkheid te bezingen. (Foto Wannes Cappelle © Bache Jespers)