Voor de zevende editie van de Week van het Nederlands koppelden we Nederlandsschrijver en performer  Elfie Tromp aan de Vlaamse theatermaker, performer en activist JaouadAlloul.  Beide taalkunstenaars zijn eclectisch en begeesterend. Samen maakten ze Taal is macht, een kleurrijke performance die de taal op stelten zet en tijdens de Week van het Nederlands door Vlaanderen en Nederland zal reizen. Wij ondervroegen hen over de toekomst van het Nederlands.

Hoe stellen jullie je een taal op stelten voor?

 

Jaouad: Nothing makes sense. Alles wordt door elkaar gehaald en geschud zoals in een cocktailshaker.

 

Elfie: Confetti.

 

Jaouad: Of een piñata die je kapotscheurt en waar allemaal woorden uit vallen.

 

Elfie: Heerlijk als het kapot wordt gemaakt.

 

Hebben jullie altijd al een voorliefde voor taal gehad?  

 

Elfie: De liefde voor taal ontstond bij mij toen ik als kind ontdekte dat ik me met taal verstaanbaar kon maken en dat ik zo de aandacht naar me toe kon trekken. Taal is voor mij ook fysiek: spelen, dansen, mensen laten lachen. Ik was best een angstig kind en ik merkte dat lezen een houvast gaf. Ik heb griezelverhalen en horrorboeken verslonden. Ik vond er tips om me te verhouden tot de wereld. Knoflook in een raamkozijn, zout in je zak tegen de zombies… daar voelde ik me heel veilig door. Paul van Loon was mijn held. Hij liep altijd in een lange leren jas en een bril. Heel theatraal, achteraf bekeken.     

 

Jaouad: Het Nederlands bood mij een manier om in codetaal met mijn broers en zussen te communiceren, omdat mijn ouders geen Nederlands spraken. Ik bewoog tussen twee talen, waardoor ik veel fouten maakte. Op mijn twaalfde of dertiende begon ik mijn eigen liedjes te schrijven; toen besefte ik voor het eerst hoe krachtig taal kan zijn. 

 

Elfie Tromp @ Mathias Hannes

In de voorstelling Taal is macht spelen jullie met de grenzen van de taal. Botsen jullie zelf soms op de grenzen van het Nederlands?

 

Jaouad: In mijn jeugd gebeurde dat regelmatig doordat mijn ouders een andere taal spraken. Taalregels voelen voor mij daardoor vaak onnatuurlijk. Ik vertrouw eerder op het ritme van woorden en hoe die op elkaar reageren dan op taalregels. Regels over taal zijn best arbitrair en ik hecht veel belang aan dichterlijke vrijheid.   

 

Elfie: Een van de mooiste dingen die in onze voorstelling zit, vind ik de zin: “Hoe je wordt beschreven, vormt je leven”. Daar loop ik nog wel eens tegenaan. Ik word soms omschreven als ‘te krachtig’, wat ik eerder assertief zou noemen en iemand anders misschien dominant. Kenmerken die een man gepassioneerd maken, maken mij als vrouw agressief. Dat soort woorden zijn voor mij wel beperkend, en voelen ook benauwend.

“Ik vertrouw eerder op het ritme van woorden en hoe die op elkaar reageren dan op taalregels” 

Welke impact heeft taal op het maatschappelijke debat over kwesties als racisme, seksisme en andere vormen van ongelijkheid? 

 

Jaouad: Er zit een bepaalde dominantie in taal en afhankelijk van wie de taal gebruikt, kan die ook misbruiken. Taal is macht: hoe meer woorden je kent, hoe beter je je mannetje of vrouwtje kan staan. Ik denk dat mensen die een bepaalde taal machtig zijn, onzeker worden als taal evolueert en vernieuwt. Het dwingt hen om nieuwe informatie op te nemen, waardoor ze beseffen dat ze niet de hele taal beheersen.

 

 

Elfie: De taal is constant in ontwikkeling. Een voorbeeld hiervan is het debat over hoe we transgender personen correct kunnen aanspreken. Ik vind het goed om een gevoeligheid te ontwikkelen voor de manier waarop iemand zich graag wil bewegen in de taal en in het leven. Je hebt natuurlijk mensen die steigeren en zich luidop afvragen waarom dit noodzakelijk is, maar stilstaan is achteruitgaan. Je moet meebewegen om überhaupt in het hier en nu te zijn.  Ik vind dat taal fluïde mag zijn. Er moet ruimte zijn voor twijfel. Het is oké om het even niet te weten. Ik vind het altijd zo vreemd dat we meteen alles willen vastzetten in regels, terwijl we midden in ontwikkeling zijn.

 

 

Jaouad: Ik speel daar in mijn werk ook bewust op in. Ik heb bijvoorbeeld een voorstelling die de titel De meisje  kreeg. Veel mensen met een Marokkaanse achtergrond gebruiken de en het door elkaar. Enerzijds is het een knipoog naar dat soort fouten, maar anderzijds ook een beetje naar de absurditeit van de regel. Ik begrijp dat regels nodig zijn voor structuur, maar als ze zoveel structuur creëren waardoor niks meer kan vloeien, werken ze alleen maar heel verstikkend.

“Ik vind het goed om een gevoeligheid te ontwikkelen voor de manier waaropiemand zich graag wil bewegen in de taal en in het leven"

Elfie: Er mag inderdaad wel meer twijfel en gevoeligheid toegelaten worden. “Hoe wil je dat ik met je spreek?”, “Wat vind je fijne vragen?” of “Wat is je voornaamwoord?”. Het zijn attente vragen.

 

Jaouad: Ja, maar ik kan ook begrijpen dat die zaken verwarrend zijn. Er is een tijdje een discussie geweest over de vraag of het oké is om te informeren naar iemands afkomst, omdat die persoon, ongeacht hun huidskleur, gewoon een Belg of een Nederlander is. En nu moet je plots vragen wat iemands voornaamwoorden zijn. Ik begrijp dat mensen het soms ook niet meer weten. Ik vind dat er ook ruimte moet zijn om fouten te maken. Als ik verkeerde voornaamwoorden gebruik, kan ik me enkel excuseren en meegeven dat ik dat niet bewust heb gedaan. Je moet het ook kunnen loslaten.

 

 

Jaouad Alloul © Mathias Hannes

Heeft sociale media een bepaalde invloed op hoe wij de taal gebruiken?  

 

Elfie: Ik schrijf op meerdere niveaus en in verschillende genres, maar ik merk dat het internet wel vraagt om een andere aandachtsspanne. Je wordt er onderworpen aan de dictatuur van de scrollaandacht. Je moet sneller, directer en harder communiceren. Ik schrijf op sociale media iets flamboyanter dan ik zou doen in een roman, waar ik de ruimte kan nemen voor mijn taal.

 

Jaouad: Helemaal mee eens. Je moet to the point komen in een beperkt aantal tekens. Uit ervaring weet ik dat mensen die je al langer volgen het soms fijn vinden om een uitgebreide update te krijgen. Maar natuurlijk hebben de beelden die je gebruikt, ook een impact. Voor mij is de combinatie van tekst en beeld op Instagram een speeltuin. Je kan een beeld gebruiken, dat helemaal niet of nét wel bij de tekst past. Beeldtaal opent een universum waar je met geschreven taal niet bij kan. Taal is soms misleidend. Als je nuance in taal wil, moet je die er zelf in stoppen. Als je bepaalde woorden gaat combineren, geef je een onderliggende boodschap mee.

 

Elfie:  Sociale media hebben een commercieel aspect waar ik me soms wel zorgen over maak. Ze gebruiken clickbait om omzet uit advertenties te halen, maar tegelijkertijd baseer ik mijn kijk op de wereld op de berichten die ik via dezelfde platformen ontvang. Daar ben je je niet altijd bewust van.

“Als je nuance in taal wil, moet je die er zelf in stoppen

Jaouad: Verschillende schrijvers maken de media. De boodschap hangt af van wie de pen vastheeft, wat die persoon wil overbrengen en hoe die zelf in de wereld staat. Wat mij daar dan vooral opvalt, zijn de dubbele standaarden als het gaat over mensen van kleur of over mannen en vrouwen. Vrouwen worden vaker dan mannen symbolisch op een brandstapel gegooid als er iets verkeerd loopt. Voeg daar nog kleur aan toe en het gaat nog sneller. Er is zeker nog wat werk aan de winkel.

 

Elfie Tromp & Jaouad Alloul © Mathias Hannes

Is het Nederlands flexibel genoeg om de evoluerende werkelijkheid te beschrijven? 

 

Elfie: Ik vind het altijd heel jammer wanneer er Engelse woorden worden samengevoegd met Nederlandse. Van woorden als 'powervrouw' krijg ik een verschrompelde clitoris. We vergeten dat taal maar de helft van de boodschap is. De lichaamstaal speelt ook mee. Die ondersteunen elkaar en wisselen betekenis uit. Ik denk dat we daar een enorme vrijheid hebben.

“Er mag meer tango in de taal komen, en meer lichaam. Ik hoop dat het Nederlands van de toekomst heel weids is, en feestelijk, en vrij

Jaouad: In Vlaanderen was ewa ja’ ooit het woord van het jaar bij de jeugd en ewa’ komt uit het Marokkaans. Ik denk dat er in de toekomst nog meer verbastering zal zijn. Er is zeker veel speelruimte in de Nederlandse taal, maar ik denk dat echte evolutie en emancipatie zich zal beperken tot spreektaal. Jongeren houden zich minder vast aan rigide taalregels en eisen niet dat de ander hun taal moet verstaan. Ze zoeken de gulden middenweg. Daarnaast heb je ook lichaamstaal, zoals Elfie zegt. Ik ben in het Marokkaans opgevoed en in het Darija wordt de lichaamstaal veel meer gebruikt.

 

Elfie: Er mag meer tango in de taal komen, en meer lichaam. Ik hoop dat het Nederlands van de toekomst heel weids is, en feestelijk, en vrij. En misschien wel een beetje vreemd. Ritmisch ook. Er mag wel meer gedanst worden in de taal.