Ga naar de inhoud

VIDEO: Ambassadeurs Ellen Deckwitz en Ish Ait Hamou over taal: "“Laat taalfouten geen drempel zijn voor verhalen”

Week van het Nederlands heeft voor het eerst twee ambassadeurs: Ish Ait Hamou en Ellen Deckwitz. Ish is een Vlaming, Ellen een Nederlander. Ish schrijft fictie en Ellen gedichten. Ish leerde Nederlands op school, voor Ellen is het haar moedertaal. Beide schrijvers hebben een boek klaar in het Nederlands. Ze hebben een totaal andere relatie met de taal, maar over één ding zijn ze het eens: taal kan verwoesten, taal kan verwarren, maar taal kan ook verbinden. Naar dat laatste gaan ze op zoek in een openhartig gesprek. 


Ish sprak tijdens zijn jeugd Arabisch met zijn ouders, Frans met zijn vrienden en Nederlands op school. “Ik ben opgegroeid met het idee dat mijn Nederlands minderwaardig was. Ik maakte veel fouten tegen de lidwoorden”, vertelt hij. “Bovendien had ik een accentje en mijn zinsbouw klopte niet helemaal. Daar werd ik op school op gewezen, het was het bewijs dat ik anders was dan de rest. Ik had daardoor eigenlijk een ongezonde relatie met het Nederlands. Het was een taal waarin ik altijd mijn best moest doen. Tijdens mijn lezingen is dat veranderd, want mijn publiek reageerde op een positieve manier op mijn fouten. Door hun positieve reacties voel ik me goed genoeg met mijn gebreken.”

“Wat jou mens maakt, is wat je hebt meegemaakt in het leven, niet een dt- of een de-het-fout. We hebben vandaag meer dan ooit verhalen nodig om elkaar beter te begrijpen en dichter tot elkaar te komen. Je taalfouten mogen geen drempel zijn voor je verhalen. Ook al is het fijn om te streven naar een steeds betere beheersing van de taal, het mag niet de kern van taal ondermijnen. Die is nog steeds communiceren: om te delen en zeggen wat je denkt en hoe je je voelt.”

Ellen is dichter en columnist. Ze heeft tijdens haar jeugd veel Engels meegekregen, maar Nederlands is haar moedertaal. “Taal is voor mij niet alleen een manier om contact te hebben met anderen. Het is ook een manier om in contact te treden met mezelf. Soms weet je pas wat je denkt en voelt wanneer je het opschrijft of het luidop tegen jezelf zegt.”

“Ik vind het belangrijk om correct Nederlands te spreken, want je moet elkaar kunnen verstaan. Ik kom uit Twente en daar worden accenten gesproken die de mensen in een dorp verderop niet meer begrijpen. Dat schiet qua communicatie niet op. Correct schrijven vind ik ook belangrijk. Niet dat het Nederlands een gemakkelijke taal is om in te schrijven. Als je kijkt naar de Nederlandse zinsbouw, dan hebben wij een hele grote handicap. Want de betekenis van een zin is bepaald door de volgorde van de woorden. En die volgorde ligt in het Nederlands heel erg vast. Bij het Grieks of het Latijn hangt de betekenis van de zin niet af van de volgorde, maar van de uitgang van de woorden. Met zo’n taal kan je als dichter veel meer spelen.”