Ga naar de inhoud

Ambassadeurs Ellen Deckwitz en Ish Ait Hamou over hun schrijverschap:“Literatuur is iets teweegbrengen in het hoofd van iemand die je niet hoort”

Ellen Deckwitz en Ish Ait Hamou, de ambassadeurs van de Week van het Nederlands, hebben allebei een nieuw boek klaar. Ish schrijft fictie en Ellen gedichten. Ish leerde Nederlands op school, voor Ellen is het haar moedertaal. Ze hebben een totaal andere relatie met de taal, maar over één ding zijn ze het eens: taal kan verwoesten, taal kan verwarren, maar taal kan ook verbinden. Naar dat laatste gaan ze op zoek in een openhartig gesprek.


Ish: Toen ik jonger was, was taal iets wat je ‘een echte’ maakte. Óf je was een echte Vlaming, óf je was het niet. We voelen soms de nood om te categoriseren. Bij literatuur heb je dat ook. Literatuur lijkt een beetje afgebakend en poëzie lijkt nog meer afgebakend, opdat mensen kunnen zeggen ‘dit is poëzie en dit niet’, terwijl poëzie eigenlijk weinig regels heeft.

Ellen: Ja, tegenwoordig mag alles. Rijmen mag, maar hoeft niet. Vormvastheid mag ook, maar hoeft niet. Daardoor hebben mensen net heel erg de behoefte om uitspraken te doen over wat authentiek is en wat niet. Ik heb het idee dat de Nederlandstalige poëzie te gefragmenteerd is om daar ons hoofd nog over te breken. Ik ervaar dat gevoel van echt zijn versus niet echt zijn niet in mijn werkomgeving, maar wel in mijn sociale wereld. Ik kom uit Twente, en wanneer ik daar niet met een Twentse tongval spreek, dan voel ik me automatisch een buitenstaander.

Met literatuur is het ook zo. We worden opgevoed met het idee dat er aan literatuur zoveel lagen zitten dat we er bij voorbaat een beetje bang voor zijn. We zijn bang dat we er iets doms over zullen zeggen. Daar moeten we vanaf en daar heb ik mijn levensmissie van gemaakt. Ik maak boeken over hoe je poëzie kan begrijpen en waarom je er niet bang voor hoeft te zijn.

Ik merk bij heel veel mensen dat wanneer ik vertel dat ik van gedichten hou en die ook schrijf, dat ze meteen een beetje bang gaan kijken van ‘daar zullen we vast te dom voor zijn’. Van dat idee moeten we af, want poëzie kan zóveel moois brengen. Het vergroot niet alleen je woordenschat, maar ook je uitdrukkingsvaardigheid. Want door poëzie leer je op verschillende manieren naar de wereld kijken. Het is voor mij onontbeerlijk in je ontwikkeling als mens. Af en toe voel ik me een beetje een poëzie-evangelist. Ik hoop dat ik mijn steentje kan bijdragen door de drempel te verlagen voor poëzie, want poëzie is zo’n absolute meerwaarde.

“We zijn bang dat als we iets over literatuur zeggen, dat we dan iets doms zeggen”

Ish: Dan heb ik een vraag voor jou. Een sushimaster kan je vertellen hoe je sushi moet consumeren. Die zou zeggen: dip je sushi een klein beetje in de sojasaus en eet de gember daarna op. Maar hoe moet je poëzie consumeren?

Ellen: Koop een bloemlezing, een verzamelalbum aan gedichten. Lees tien gedichten. Neem een potlood en onderstreep wat je aanspreekt en zet een vraagteken bij wat je niet begrijpt. Na tien gedichten mag je niet meer, dan heb je te veel sushi gegeten. Dat is slecht voor je nachtrust. Je moet heel voorzichtig beginnen, zoals met pootjebaden.

Mensen willen meteen te hard gaan, maar dat kan niet. Net als met Michelin-eten moet je hapje voor hapje eten. En nu we toch in de sushi-analogie zitten... Sushi bouw je op een bepaalde manier op. Het is arbeidsintensief, je moet je rijst koken en afkoelen en kneden. Hoe doe jij dat Ish? Hoe bouw jij een verhaal op?

Ish: Op de een of andere manier hebben mijn verhalen altijd hun weg gevonden. Ze sijpelen onbewust binnen. Ze zitten dan al jaren te sudderen in mijn hoofd en plots vertalen ze zich naar mijn pen. En dan begin ik echt voluit te schrijven. Dat is mijn eerste stap. Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer problemen en gaten ik in het verhaal zie, waardoor ik niet verder werk. Maar wanneer ik meteen schrijf, dan ben ik vertrokken. En dan merk ik dat ik op een bepaald moment iets beet heb: een personage of een gebeurtenis. Het nadenken komt pas later.

Ellen: In welke fase dan?

 

Ish: Eigenlijk pas bijna op het einde.

Ellen: Dan ga je teruglezen en denk je: lieve help, wat heb ik gedaan?

Ish: Precies. Mijn eerste versie is heel gevoelsmatig. In mijn tweede versie zit meer structuur. Ik ben ook niet bang om een groot deel weg te laten of iets opnieuw te doen. Dat is een sterkte.

"Koop een bloemlezing, een verzamelalbum aan gedichten. Lees tien gedichten. Neem een potlood en onderstreep wat je aanspreekt en zet een vraagteken bij wat je niet begrijpt. Na tien gedichten mag je niet meer, dan heb je te veel sushi gegeten. Dat is slecht voor je nachtrust. Je moet heel voorzichtig beginnen, zoals met pootjebaden."

Ellen: Eén van de hoofdthema’s in je nieuwe roman is angst in al zijn verschijningsvormen. Er zijn mensen die stellen dat taal een heel gevaarlijk instrument is, omdat het angst kan vergroten. Je kan mensen bang maken en ongerustheid een fundament geven. Hoe was het voor jou om angst te verbeelden?

Ish: Dat was een hele leuke oefening, omdat angst vandaag de dag op een slimme manier wordt gebruikt, op een manier dat het niet meteen duidelijk is dat je angst opwekt.

Ellen: Bedoel je binnen de politiek of media?

Ish: Bijvoorbeeld. Het opwekken van angst zit vaak tussen de lijnen, het narratief wordt op een rustige manier opgebouwd. Woorden leiden ergens naartoe. In één van de scènes in mijn boek zie je niet wie een bepaald woord uitspreekt, maar je ziet wel de ontvangende partij en hoe zij er verder mee omgaat. Dat vind ik interessant, niet iemand die iets negatiefs probeert te doen met woorden, wel hoe woorden aankomen bij mensen, hoe zij verder jongleren met dat woord en zo dragers worden van een narratief. Ik vind het bijzonder hoe woorden kunnen verbinden, maar ook kunnen verwoesten. En soms gaat het over hetzelfde woord.

Persoonlijk vind ik een woord het mooist wanneer het uit de mond komt van iemand, omdat ik dan ook een context krijg. Want dan kan ik de energie voelen van degene die het uitspreekt en voelen waar die persoon met een bepaald woord heen wil. Dat heb ik minder wanneer ik een artikel lees.

Ellen: Dat vind ik nu net de grootste en mooiste uitdaging van literatuur maken. Dat je iets teweeg kunt brengen in het hoofd van iemand die het niet hoort, iemand die jouw intonatie en mimiek niet kan zien en die je ritme van spreken niet kent. Dat is voor mij  literatuur.

Bekijk ook hun gesprek op YouTube.


Benieuwd naar de nieuwe boeken van Ellen Deckwitz en Ish Ait Hamou? Kom op 5 oktober naar het congres van Onze Taal in het Beatrix Theater in Utrecht en maak kennis met onze ambassadeurs (én hun boeken) tijdens een exclusieve signeersessie.